Samenkracht en burgerparticipatie
Evenementensubsidie
Bij de evenementensubsidie is er een voordeel van € 28.500.
In de regeling evenementensubsidies staat opgenomen dat het budget gelijk wordt verdeeld over de twee periodes, januari t/m juni en juli t/m december. Vanwege de vele aanvragen in het begin van 2025, was het subsidieplafond van de eerste periode bereikt voor het aflopen van die periode. In juli 2025 heeft de gemeenteraad daarom besloten tot structurele verhoging van het budget met € 58.000 voor evenementensubsidies. Conform de regeling is dit gelijk verdeeld over de twee periodes. In de periode juli t/m december zijn minder aanvragen ontvangen waardoor er een restant van € 28.500 is op dit budget.
Inburgering
Bij de inburgering is er een voordeel van € 10.000 veroorzaakt door verschillende posten:
Met betrekking tot inburgering worden twee specifieke uitkeringen ontvangen voor inburgering en onderwijsroute. De restant middelen uit 2024 zijn toegevoegd aan de uitgaven budgetten. Ten opzichte van de raming zijn de lasten 2025 met betrekking tot deze twee uitkeringen € 158.000 lager. Bij het opstellen van de jaarstukken wordt bepaald of we rijksmiddelen moeten terugbetalen of ontvangen. Dit wordt verwerkt via de balans waardoor op de baten een verschil is ontstaan van € 158.000 lagere baten. Deze middelen mogen in 2026 worden ingezet.
Opvang vluchtelingen Oekraïne
Bij opvang vluchtelingen Oekraïne is er een voordeel van € 1.067.400 veroorzaakt door verschillende posten:
Voor opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne wordt een specifieke uitkering ontvangen die voornamelijk gebaseerd is op normbedragen. De exacte baten en lasten zijn vooraf niet te begroten, waardoor er een afwijking is ontstaan. De totaal nog te ontvangen rijksuitkering is hoger dan de daadwerkelijke kosten die zijn gemaakt in 2025 aan de opvang, zorg, onderwijs, leefgelden en buitengewone kosten van ontheemden uit Oekraïne en de uitvoeringskosten bij de gemeente. Zoals bij de jaarrekening 2024 is besloten, worden de restant middelen van opvang vluchtelingen Oekraïne gestort in de reserve Oekraïne. Voor 2025 gaat dit om een bedrag van € 1.065.100.
Kinderopvang
Bij de kinderopvang is er een voordeel van € 21.400 veroorzaakt door verschillende posten.
De uitgaven voor kinderopvang (peuteropvang en sociaal-medische indicaties) zijn per saldo € 33.600 lager uitgevallen dan begroot. Bij de tweede raadsrapportage was reeds € 30.000 aan budget afgeraamd op basis van de toenmalige prognose. Achteraf blijken de werkelijke uitgaven nog lager uit te vallen. Dit wordt mede veroorzaakt door een afname in deelname aan het peuterprogramma in de reguliere opvang (€ 11.100). Door deze ontwikkelingen zijn de subsidieaanvragen over 2025 per saldo lager uitgekomen dan verwacht.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000
Mantelzorg
Bij mantelzorg is er een voordeel van € 34.700 veroorzaakt door verschillende posten:
Abusievelijk is in de begroting de afwikkeling van de subsidie 2024 van € 56.050 dubbel geraamd.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000
Inkomensregelingen
Gemeentelijk armoedebeleid
Bij het gemeentelijk armoedebeleid is er een voordeel van € 1.400 veroorzaakt door verschillende posten:
Voor het project Doe meer met taal is een subsidie ontvangen vanuit de Provincie in voorgaande jaren. De restant middelen 2024 van € 28.700 zijn opgenomen als uitgavenbudget in 2025, omdat toen nog niet duidelijk was of een gedeelte van de ontvangen subsidie terugbetaald moest worden. In 2025 zijn geen uitgaven geweest op dit project waardoor er een voordeel is op de lasten van € 28.700. In 2025 is de subsidie verantwoord en is deze € 11.200 lager vastgesteld dan oorspronkelijke toegekend (lagere baten). Per saldo een effect van € 17.500 voordeel in 2025 ten opzichte van de begroting.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.
WWB, Loonkostensubsidie, IOAW en IOAZ
Op deze posten is per saldo een voordeel van € 29.100.
In september wordt de rijksbijdrage altijd definitief vastgesteld. Ten opzichte van de begroting is € 188.500 meer ontvangen dan begroot.
Met betrekking tot de sociale uitkeringen en de loonkostensubsidie is er een nadeel van € 147.800. Dit komt voornamelijk doordat het aantal mensen dat aan de slag is gegaan met loonkostensubsidie, hoger is dan geraamd. Bij de tweede raadsrapportage is het budget voor de loonkostensubsidies reeds bijgesteld op basis van een prognose van het aantal loonkostensubsidies. Achteraf blijkt dit nog hoger te zijn geweest.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.
BBZ niet starters
Bij de BBZ niet starters is er een nadeel van € 29.600 door verschillende posten die kleiner zijn dan € 25.000.
Tijdelijke regeling ondernemers
Op de tijdelijke regeling ondernemers is er een nadeel van € 47.400 veroorzaakt door verschillende posten:
De ontvangsten met betrekking tot deze oude regeling moeten volledig worden terugbetaald aan het Rijk. Vooraf is niet in te schatten wat de ontvangsten in enig jaar zijn. Het verschil wordt voornamelijk veroorzaakt doordat in 2024 abusievelijk de terugbetaling aan het Rijk niet als verplichting is opgenomen. Deze is in 2025 terugbetaald waardoor dit in 2025 tot een verschil van € 29.500 heeft geleid ten opzichte van de begroting.
Het nadeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.
Eenmalige uitkeringen minima
Op de eenmalige uitkeringen minima is er een nadeel van € 28.700. Dit komt doordat er meer is uitgegeven aan eenmalige uitkeringen dan in de tweede raadsrapportage was verwacht. Bij de tweede raadsrapportage is € 16.000 afgeraamd waardoor er nu een overschrijding is op dit budget.
Toegang en 1e lijnsvoorziening Jeugd
Centrum Jeugd en Gezin
Bij centrum voor jeugd en gezin is er een voordeel van € 25.300. Het verschil wordt volledig verklaard door de afronding van de subsidievaststelling 2024 in oktober. Dit heeft geleid tot een terugvordering van € 25.300. Bij het opstellen van de tweede raadsrapportage was dit nog niet bekend.
Hulpmiddelen en diensten (Wmo)
Woningaanpassingen
Op de woningaanpassingen is er een voordeel van € 34.400 veroorzaakt door verschillende posten:
Bij de tweede raadsrapportage is een prognose gemaakt van de totaal verwachte woningaanpassingen op basis van ervaringsgegevens. Achteraf blijken de totale uitgaven € 39.600 lager uit te vallen dan begroot door minder (dure) woningaanpassingen dan eerder verwacht.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.
Hulpmiddelen
Bij de hulpmiddelen is er een nadeel van € 48.600. Bij de tweede raadsrapportage is een prognose gemaakt van de totaal verwachte uitgaven op basis van ervaringsgegevens. In het 2e half jaar hebben we te maken gehad met meer indicaties en inzet van complexe en dus duurdere hulpmiddelen. Dit was niet te voorzien.
Huishoudelijke hulp (Wmo)
Bij de huishoudelijke hulp is er een voordeel van € 48.400.
Bij de tweede raadsrapportage is een prognose gemaakt van de totaal verwachte uitgaven op basis van declaraties eerste half jaar en is het budget verhoogd met € 243.200. Achteraf blijken de totale uitgaven € 46.400 lager uit te vallen dan de actuele raming. Dit heeft te maken hebben met de laatste omzet van profielen naar product.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.
Begeleiding en dagbesteding (Wmo)
Bij de begeleiding en dagbesteding is per saldo een voordeel van € 101.100.
Bij de tweede raadsrapportage is een prognose gemaakt van de totaal verwachte uitgaven op basis van declaraties eerste half jaar en het budget verlaagd. Achteraf blijken de totale uitgaven € 101.200 lager uit te vallen dan de actuele raming. Dit heeft te maken hebben met de laatste omzet van profielen naar product.
Jeugdhulp (ambulant, met verblijf, jeugdbescherming en -reclassering)
Bij jeugdhulp (totaal van de onderdelen ambulant, met verblijf, jeugdbescherming en -reclassering) is er een voordeel van € 90.400.
Dit wordt veroorzaakt door diverse over- en onderschrijdingen op de verschillende budgetten.
Bij de tweede raadsrapportage wordt jaarlijks op basis van de declaraties van het eerste half jaar een prognose gemaakt voor het totale jaar. De grootste afwijkingen betreffen ambulante jeugdhulp en jeugdhulp met verblijf regionaal, per saldo een voordeel van € 20.400. Op de post jeugdhulp ambulant regionaal is een nadeel (hogere uitgaven) van € 200.500. Dit is een beweging waar de afgelopen jaren op gestuurd is; jeugdhulp zo dichtbij mogelijk organiseren. Tegenover de hogere ambulante uitgaven staat dat bij jeugdhulp met verblijf regionaal er een voordeel (lagere uitgaven) is van € 220.900.
De landelijk ingekochte jeugdhulp betreft zeer dure jeugdhulp. Ook dit bestaat uit een ambulant stuk en jeugdhulp met verblijf. Ten opzichte van de begroting is de landelijke ingekochte jeugdhulp per saldo € 46.300 lager (voordeel) uitgevallen.
Tot slot is er een voordeel van € 23.700 op de posten jeugdbescherming en -reclassering.
PGB Wmo
Bij de PGB Wmo is er een voordeel van € 91.000.
Bij de 2e raadsrapportage 2025 is het budget verhoogd met € 57.700 op basis van de tot dan toe gedeclareerde bedragen door de SVB. Begin maart 2026 is een concept afrekening van de SVB ontvangen over 2025 waaruit bleek dat de voorschotten te hoog zijn en er dus een voordeel is op dit budget van € 107.000. Tevens is toen een actualisatie ontvangen van de afrekening 2024. Dit heeft geleid tot een nadeel van € 16.000 ten opzichte van de verwachte afrekening in de jaarstukken 2024.
PGB Jeugd
Bij de PGB Jeugdzorg is er een nadeel van € 56.800.
Bij de 2e raadsrapportage 2025 is het budget verlaagd met € 115.000 op basis van de tot dan toe gedeclareerde bedragen door de SVB. Begin maart 2026 is een concept afrekening van de SVB ontvangen over 2025 waaruit bleek dat de voorschotten te laag zijn en er dus een nadeel is op dit budget van € 52.800. Tevens is toen een actualisatie ontvangen van de afrekening 2024. Dit heeft geleid tot een nadeel van € 4.000 ten opzichte van de verwachte afrekening in de jaarstukken 2024.
Beschermd wonen, maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)
Bij beschermd wonen, maatschappelijke- en vrouwenopvang is er een voordeel van € 238.000 veroorzaakt door verschillende posten:
De baten zijn € 195.900 hoger dan begroot door de bijdrage van de MGR. De MGR heeft in december een aanvullend voorschot verstrekt vooruitlopend op het verwachte surplus bij de jaarrekening. De definitieve afrekening vindt plaats via de jaarstukken 2025 in 2026.
Het voordeel wordt verder verklaard door posten elk kleiner dan € 25.000.