Gerealiseerd resultaat
Het gerealiseerd resultaat bedraagt € 11.973.527 positief (incidenteel voordeel).
Verloop begrotingssaldo
Het begrotingssaldo in de primitieve begroting was geraamd op € 2.920.994.
Na verwerking van de effecten van de raadsvoorstellen tot en met mei en de 1e raadsrapportage bedroeg het begrotingssaldo voor 2025 € 2.594.474 voordelig. De bijstelling was voornamelijk het gevolg van het verwerken van de begrotingen van de verbonden partijen.
Na verwerking van de effecten van de raadsvoorstellen tot en met oktober en de 2e raadsrapportage bedroeg het begrotingssaldo € 5.934.736 voordelig. De bijstelling was voornamelijk het gevolg van het vrijvallen taakstelling sociaal domein, hogere opbrengsten schatkistbankieren door rentestijging, hogere uitkering dividend Enexis, bijstelling budgetten jeugd en vrijval van de stelpost CAO in 2025.
Na verwerking van de raadsvoorstellen tot en met december waaronder het effect van de septembercirculaire bedroeg het begrotingssaldo € 7.935.262 voordelig. Dit saldo is het startpunt van het resultaat voor de jaarstukken 2025.
Beïnvloedbaar resultaat
Het rekeningresultaat van baten en lasten is € 11.973.527. Dit is inclusief € 6,8 miljoen aan extra onvoorziene eenmalige middelen van het Rijk. Gezien het primitieve begrotingssaldo van € 2,9 miljoen is het beïnvloedbare resultaat is dus ongeveer € 2,3 miljoen.
Resultaat ten opzichte van de begroting na wijziging
Per saldo is er een voordeel van € 4.038.265 ten opzichte van de begroting 2025 na wijzigingen. Eén van deze ontwikkelingen betreft het resultaat van de decembercirculaire. Deze had een voordelig effect van € 1.468.419. Aangezien de decembercirculaire pas in 2026 in de raad is vastgesteld mag deze niet meer in de begroting 2025 worden verwerkt en valt dus in het resultaat. De overige verschillen bedragen per saldo € 2.569.846 positief.
Deze verschillen worden grotendeels verklaard door de meevallers uit de onderstaande tabel:
Top 10 meevallers: | (bedrag x 1.000) | |
1 | Decembercirculaire gemeentefonds | 1.468 |
|---|---|---|
2 | Spuk realisatiestimulans woningbouw | 343 |
3 | Hogere opbrengsten bouwleges | 309 |
4 | Energiekosten | 231 |
5 | Beschermd wonen en opvang - bijdrage GR | 196 |
6 | Onderwijsbeleid projectsubsidie | 184 |
7 | Openbaar groen en water - uitbestede werkzaamheden | 118 |
8 | Openbare verhardingen - uitbestede werkzaamheden | 109 |
9 | Afval vergoedingen PMD en glas | 108 |
10 | Wmo begeleiding en dagbesteding | 100 |
Totaal | 3.166 | |
In de onderstaande tabel zijn de verschillen groter dan € 50.000 van de realisatie 2025 ten opzichte van de begroting 2025-2028 na wijzigingen weergegeven.
(bedragen x 1.000) | ||||
Onderwerp | Voordelig | Nadelig | ||
Verwacht resultaat 2025(bijgestelde begroting) | 7.935 | |||
Realisatie 2025 | 11.974 | |||
Afwijking t.o.v. verwacht resultaat | 4.038 |
Overzicht belangrijkste verschillen | Voordelig | Nadelig | Programma | |
Programma overstijgend | ||||
1 | Onderhoud vastgoed | 98 | alle | |
2 | Energie | 231 | alle | |
3 | Kostenverdeelstaat | 91 | alle | |
Overige verschillen < 50K | 24 | alle | ||
Programma 1 | ||||
4 | ICT-licentiekosten | 140 | 1 | |
5 | Centraal studiebudget | 113 | 1 | |
6 | Decentraal studiebudget | 89 | 1 | |
7 | Buitendienst - Doon/Westrom | 56 | 1 | |
8 | Buitendienst - uitbestede werkzaamheden | 67 | 1 | |
9 | Leges burgerzaken - ontvangsten | 172 | 1 | |
10 | Leges burgerzaken - afdrachten aan het Rijk | 192 | 1 | |
11 | Opbrengst rente schatkistbankieren | 82 | 1 | |
12 | Gemeentefonds - resultaat decembercirculaire | 1.468 | 1 | |
13 | Gemeentefonds - storting reserve taakmutaties | 228 | 1 | |
14 | Opbrengsten vervolgingskosten via BsGW | 57 | 1 | |
15 | BTW-suppletie aangifte | 101 | ||
16 | Naar balanspost dubieuze debiteuren | 191 | 1 | |
17 | Aanvullende storting in de APPA voorziening | 454 | 1 | |
Overige verschillen < 50K | 682 | 1 | ||
Programma 2 | ||||
18 | Spuk IZA ontvangst straatcoaches | 67 | 2 | |
19 | XTC dumpingen | 121 | 2 | |
20 | Ondermijning | 60 | 2 | |
Overige verschillen < 50K | 64 | 2 | ||
Programma 3 | ||||
21 | Openbare verlichting - uitbestede werkzaamheden | 133 | 3 | |
22 | Openbare verlichting - vergoeding schades | 58 | 3 | |
23 | Openbare verhardingen - uitbestede werkzaamheden | 109 | 3 | |
24 | Openbare verhardingen - degeneratie- en legeskosten | 44 | 3 | |
Overige verschillen < 50K | 20 | 3 | ||
Programma 4 | ||||
25 | Lagere energiebaten bedrijfspand Roggel | 88 | 4 | |
26 | Overheveling onttrekking Beeklaan naar programma 9 | 285 | 4 | |
Overige verschillen < 50K | 222 | 4 | ||
Programma 5 | ||||
27 | Onderwijsbeleid projectsubsidie | 184 | 5 | |
28 | Bijdrage vervoerskosten leerlingenvervoer | 63 | 5 | |
Overige verschillen < 50K | 64 | 5 | ||
Programma 6 | ||||
29 | Groene sportterreinen - uitbestede werkzaamheden | 193 | 6 | |
30 | Openbaar groen en water - uitbestede werkzaamheden | 118 | 6 | |
Overige verschillen < 50K | 145 | 6 | ||
Programma 7 | ||||
31 | Mantelzorg - bijdrage overige instellingen | 56 | 7 | |
32 | Wmo begeleiding en dagbesteding - zorg in natura | 100 | 7 | |
33 | Jeugdzorg - diverse posten | 90 | 7 | |
34 | Pgb Wmo en jeugdzorg - Pgb | 54 | 7 | |
35 | Beschermd wonen en opvang - bijdrage GR | 196 | 7 | |
Overige verschillen < 50K | 159 | 7 | ||
Programma 8 | ||||
36 | Onttrekking voorziening riolering | 200 | 8 | |
37 | Afkoppelsubsidie riolering | 68 | 8 | |
38 | Bijdrage waterschap riolering | 82 | 8 | |
39 | Afval vergoedingen PMD en glas | 108 | 8 | |
Overige verschillen < 50K | 328 | 8 | ||
Programma 9 | ||||
40 | Ruimtelijke plannen - vergoedingen plankosten | 67 | 9 | |
41 | Ruimtelijke plannen - uitbestede werkzaamheden | 80 | 9 | |
42 | Ruimtelijke plannen - bijdrage derden | 69 | 9 | |
43 | Overheveling onttrekking Beeklaan van programma 4 | 285 | 9 | |
44 | Omgevingsvergunningen ontvangst leges | 309 | 9 | |
45 | Handhavingsdossiers | 65 | 9 | |
46 | Spuk Realisatiestimulans woningbouw | 343 | 9 | |
Overige verschillen < 50K | 104 | 9 | ||
Totalen | 6.688 | 2.650 | ||
Totaal verschil t.o.v. verwachte resultaat | 4.038 |
Alle bedragen in de bovenstaande tabel betreffen incidentele mee of tegenvallers.
De verklaringen van de verschillen per programma (4 t/m 46) zijn binnen de programma's opgenomen onder de verschilverklaringen in hoofdstuk 2 programmaplan. Hieronder de toelichting van de programmaoverstijgende onderdelen (1 t/m 3):
1. Onderhoud vastgoed (incidenteel voordeel € 98.300)
Op onderhoud vastgoed is er een voordeel van € 98.300. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere kosten bij groot onderhoud bij beheer woonwagencentra (€ 96.000 voordeel), hogere kosten bij dagelijks onderhoud woonwagencentra (€ 26.000 nadeel), lagere kosten bij onderwijshuisvesting basisonderwijs (€ 28.500 voordeel) en hogere kosten bij groot onderhoud vastgoed algemeen (€ 30.900 nadeel).
2. Energie (incidenteel voordeel € 230.900)
In 2025 zijn de energiekosten € 230.900 lager dan geraamd. Bijna alle panden laten lagere energiekosten zien. Dit komt deels doordat de energieprijzen in 2025 niet verder zijn gestegen, de weersomstandigheden door het jaar heen en door bewust om te gaan met energie. Alleen bij en openluchtrecreatie is een overschrijding van energiekosten te zien ten opzichte van de raming. Deze kosten worden doorbelast naar de gebruikers.
3. Kostenverdeelstaat (incidenteel nadeel €91.300)
Bedrijfsposten worden op basis van een vaste verdeelsleutel toegerekend aan producten. De niet toe te rekenen overheadkosten blijven op het taakveld 0.4 overhead van Bestuur en Ondersteuning (programma 1) staan. Door de gehele begroting zijn hier verschillen ontstaan. Enerzijds omdat gedurende het jaar de kostenverdeelstaat begrotingstechnisch deels is aangepast op de formatieve wijzigingen en anderzijds omdat de bezetting (en daarmee samenhangend de doorverdeling) niet altijd gelijk is aan de begroting. Over de gehele begroting bezien, heeft dit geen financiële gevolgen, maar zorgt dit alleen voor verschillen per programma. Daarnaast zijn er via de kostenverdeelstaat, conform besluiten, ook voor € 100.000 interne uren naar diverse kredieten geboekt. Dit is minder dan geraamd. Dit levert een nadeel van € 91.300 op in de exploitatie.
Resultaat bestemming
Het huidige financiële beleid moet niet alleen worden voortgezet, maar ook worden aangescherpt, met voorzichtigheid, realisme en duidelijke prioriteiten. Vooruitdenken is geen keuze meer, maar essentieel om als gemeente wendbaar en weerbaar te blijven
Wij staan de komende jaren voor een aantal grote uitdagingen, waar het resultaat voor ingezet kan worden. Het voorstel is om het resultaat te gebruiken om de grote uitdagingen met bijbehorende financiële gevolgen als volgt in te zetten:
Subsidie realisatiestimulans woningbouw
Met deze nieuwe subsidieregeling ondersteunt het Rijk bij het bouwen van meer betaalbare woningen. Gemeenten ontvangen vanaf 2026 tot en met 2030 een bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw het jaar ervoor is gestart. Volgens de regelgeving van het BBV dienen de inkomsten verantwoord te worden als nog te ontvangen bedragen. Om deze bedragen in te kunnen zetten voor betaalbare woningen wordt de ontvangen € 343.000 in het herstructureringsfonds gestort.
Dekkingsreserve kredieten woonwagens en standplaatsen Molenzicht
De twee kredieten woonwagens en standplaatsen Molenzicht zijn overschreden en moeten bij overgang naar de woningbouwcorporaties (gepland per 2027) in één keer worden afgeschreven. Met deze aanvullende kosten is geen rekening gehouden. Hierdoor dient een bedrag te worden toegevoegd aan de reserve huidige woonwagens. Toe te voegen aan de reserve overdacht woonwagens € 525.000.
Reserve Functioneel Leeftijds Ontslag (FLO) Veiligheidsregio Limburg-Noord
De gemeente moet de komende jaren tot en met 2043 aan de Veiligheidsregio Limburg-Noord aanvullende bijdragen gaan betalen ten behoeven van het Functioneel Leeftijds Ontslag, totale kosten van € 745.084. Hiervoor wordt een dekkingsreserve ingesteld zodat de lasten verhoging niet op de jaren met een tekort drukt.
Dekken van het tekort op het begrotingssaldo in 2028
Het begrotingstekort 2028 van € 3.516.958 dekken uit het resultaat zodat het negatieve begrotingssaldo 2028 teruggebracht wordt naar € 0. Hierbij volgt een aanvulling van € 500.000 voor autonome ontwikkelingen. Voorgesteld wordt om € 4.016.958 te storten in de Algemene reserve en te onttrekken in 2028.
Dekken van het tekort op het begrotingssaldo in 2029
Het begrotingstekort 2029 van € 3.981.831 dekken uit het resultaat zodat het negatieve begrotingssaldo 2029 wordt teruggebracht naar € 0. Hierbij volgt een aanvulling van € 500.000 voor autonome ontwikkelingen. Voorgesteld wordt om € 4.481.831 te storten in de Algemene reserve en te onttrekken in 2029.
Overig
het restant van € 1.861.654 te storten in de Algemene reserve. Aangezien een aantal ontwikkelingen met nadelige effect nog niet zijn verwerkt in de begroting is het verstandig de restantmiddelen van het resultaat hiervoor te bewaren. In de begroting 2027 dienen de onder andere volgende onderdelen nog verwerkt te worden:
- De financiële doorvertaling van het nieuw vastgestelde accommodatiebeleid.
- De effecten van het actualiseren en indexeren van de nieuwe beheerplannen.
- De effecten van het actualiseren en indexeren van het IHP.
- De sloopkosten van schoolgebouwen uit het IHP vanaf 2030.
- De kapitaallasten van scholengebouwen vanaf 2030.
- De kapitaallasten vervanging ICT apparatuur.
- De Kapitaallasten nieuw zwembad.