Relatie tussen risico's en weerstandscapaciteit
Het weerstandsvermogen geeft aan of we in staat zijn negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen. Achterliggend doel hiervan is dat er gestuurd wordt op een weerstandsvermogen dat voldoende dekking geeft voor de risico’s.
Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen (BBV art. 11 lid 1):
a) de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente
beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
b) alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis
kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Deze relatie komt tot uitdrukking in een ratio die wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit (de financiële risico's). Wanneer de ratio minder is dan 1, dan zijn er theoretisch niet genoeg middelen beschikbaar om de risico's af te dekken. Daarom wordt minimaal gestreefd naar een ratio van 1,5. Indien de ratio lager uitvalt dan 1 wordt er uiterlijk binnen één jaar een voorstel aan de raad voorgelegd om de beschikbare weerstandscapaciteit te vergroten en/of de benodigde weerstandscapaciteit te verlagen.
Onderstaande tabel geeft inzicht in zowel het incidentele als het structurele weerstandsvermogen.
Weerstandsvermogen | |
|---|---|
2025 | |
Algemene reserve stand 31-12-2025 | 26.266 |
Gerealiseerd resultaat | 11.974 |
Weerstandsvermogen | 38.240 |
Incidentele risico's | 2.305 |
Structurele risico's | 1.560 |
Totale risico's | 3.865 |
Minimale weerstandsratio | 1,5 |
Minimaal benodigde weerstandscapaciteit | 5.798 |
Weerstandsratio stand 31-12-2025 | 9,9 |